NIX 18

Gisteravond deed Mr. Frank Visser (aka De Rijdende Rechter) uitspraak in een wel heel bijzondere zaak. Namelijk die van een leerlingenraad versus een middelbare school directie. De leerlingen wilden met alle geweld kunnen drinken op hun examen-boottochtje, terwijl de directie van de school ook 18 jarige leerlingen wilde verbieden om alcohol te nuttigen.

 

Uitspraak in de zaak: zolang de school toezicht houdt mag in het algeheel belang buiten de wet om een alcoholverbod gelden. Waarom? Omdat het toestaan van alcohol bij 18-jaar en ouder, hen geen RECHT geeft om te drinken. Buiten het toezicht van de school mag er wel gedronken worden, want dan geldt de wet. Een soort discrepantie tussen recht en verantwoordelijkheid dus. Immers; voor de veiligheid van de leerlingen zou je in het ultieme geval zeggen: continu begeleiding en geen druppel alcohol. Terwijl je vanuit het recht zou zeggen: 18+ heeft geen begeleiding nodig, en laat maar lekker ‘zuipen’.

 

Binnen de huidige bestuurscultuur speelt een vergelijkbare kwestie, die gaat over disbalans tussen recht en verantwoordelijkheid. Bij Bank X, hebben bestuurders het recht op een bonus of hoge salariëring. Toch zou je vanuit verantwoordelijkheid als bestuurder moeten zeggen: dat doen we niet, want het kost banen aan medewerkers, is slecht voor de moraal, en doet klanten er toe aanzetten om te gaan bankieren bij Bank Y.

 

Een rechtbank zal zeggen dat de bestuurders van Bank X gelijk hebben in het toekennen van een bonus. Maar is een rechtbank wel het juiste ‘meetinstrument’ ? Want als we hele jonge mensen in deze samenleving willen beschermen, zou elk mens met een gezond verstand na het lezen van de onderzoeken zeggen: doe die alcohol grens maar naar 21+. Dus de verstandige beslissing komt niet overeen met de rechtmatige beslissing.

 

Welke autoriteit zou nu moeten kunnen beslissen? Misschien we een soort Instituut voor Gezond Verstand? Of een Geschillencommissie voor Verantwoordelijkheidsgevoel?


Het probleem begint in de kern bij leerlingen die overtuigd zijn van het feit dat een feestje zonder drank niet leuk is. Bij de bank begint het probleem met de overtuiging dat je geen goed personeel kunt krijgen voor een vergoeding rond de Balkenende norm. Hebben ze gelijk volgens u?

 

Ik denk van niet, maar begrijp de beide partijen wel. Omdat het nogal afhankelijk is van de opvoeding en zelfkennis, om de uitkomst van het vraagstuk te bepalen. De leerling voelt zich volwassen en wil in die ego positie gezien en erkend worden. De bankier voelt zich verheven en wil dit ego ondersteunen met een hoog salaris. Hoe we ze optimaal kunnen helpen? Een transformatie van ego-gericht handelen, naar ‘ken-jezelf’. Want dan heb je als vanzelf een nieuw perspectief geschapen. Eentje waar ‘ik heb recht op’ wordt vervangen door ‘wat heb ik nu echt nodig’ en 'wat heb ik anderen te bieden?'.  Geen business-schools die een elitaire laag creëren gebaseerd op historische kennis. Maar nieuwe denkers die zelf kunnen oordelen, geen politiek/diplomatiek 'spelletje' spelen, maar oprecht en met oog voor andere mensen kunnen handelen.

 

Zou dat het leven niet veel eenvoudiger maken?